Algemeen

De commissie Meijerink (2008), ook wel bekend als Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen, heeft in opdracht van het Ministerie van OCW referentieniveaus geformuleerd. Met deze referentieniveaus is in kaart gebracht wat leerlingen van 12 jaar, 16 jaar en ongeveer 18 jaar moeten kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen. Het doel van de referentieniveaus is de drempels tussen de verschillende onderwijsvormen te slechten en leeropbrengsten te verhogen.

Voor het basisonderwijs zijn voor rekenen-wiskunde twee referentieniveaus geformuleerd: een fundamenteel niveau 1F en een streefniveau 1S. Kinderen die 1F halen, kunnen drempelloos doorstromen in het VMBO basisberoepsgerichte leerweg en Kaderberoepsgerichte leerweg in het VMBO. Kinderen die 1S halen, kunnen zonder problemen starten in VMBO Theoretische leerweg of Gemengde leerweg.

Er is ook een groep kinderen die veel meer kan dan 1S. Zij gaan in hun vervolgonderwijs naar Havo en VWO. Er zullen ook kinderen zijn die ondanks alle inspanningen 1F niet halen. Meestal zijn dit de kinderen die naar het Praktijkonderwijs doorstromen of kinderen die wel naar VMBO basisberoepsgerichte leerweg gaan, maar erg veel moeite met rekenen hebben. Voor deze leerlingen is door het SLO een voorstel geschreven voor speciale doelen voor zeer zwakke rekenaars.

Concretisering referentieniveaus

Binnen de referentieniveaus wordt aangegeven wat de leerlingen moeten beheersen: paraat moeten hebben, functioneel moeten kunnen gebruiken en wat ze moeten begrijpen (weten waarom).

De formuleringen van 1F en 1S in het rapport van de commissie Meijerink zijn erg compact en vaak voorbeeldmatig. 1S omvat 1F en heeft daarnaast een uitbreiding van doelen. De beschrijving is in veel gevallen onvoldoende herkenbaar voor leerkrachten en IB-ers om de onderwijspraktijk er op af te kunnen stemmen. Voor 1F (1S komt wellicht later) zijn daarom herkenbare doelen geformuleerd. Deze doelen passen binnen de leerlijnen en de indeling die wordt gebruikt in reken-wiskundemethodes en toetsen. Bij de doelen zijn voorbeeldopgaven opgenomen uit rekenmethoden van het basisschool.

De formulering van de referentieniveaus 1F én de concretisering in doelen met voorbeelden uit rekenmethodes en toetsen, kunnen het basisonderwijs helpen bij de inrichting van het rekenonderwijs voor zwakkere rekenaars. U kunt daarbij denken aan het aanpassen van doelen en aanbod aan het niveau en de mogelijkheden van leerlingen.

Op deze website vindt u de beschrijvingen van de referentieniveaus fundamenteel niveau 1F en streefniveau 1S en een nadere uitwerking van doelen bij 1F.