Doelen

Voor het basisonderwijs zijn voor rekenen-wiskunde twee referentieniveaus geformuleerd: een fundamenteel niveau 1F en een streefniveau 1S. Binnen de referentieniveaus wordt aangegeven wat de leerlingen moeten beheersen: paraat moeten hebben, functioneel moeten kunnen gebruiken en wat ze moeten begrijpen (weten waarom). Binnen die gebied zijn vier subdomeinen geselecteerd die samen het overgrote deel van relevante inhouden overdekken: Getallen; Verhoudingen; Meten en Meetkunde; Verbanden. 1S omvat 1F en heeft daarnaast een uitbreiding van doelen.

De formuleringen van 1F en 1S zijn erg compact en vaak voorbeeldmatig. De beschrijving is niet voldoende om er de onderwijspraktijk op af te kunnen stemmen. Om de referentieniveaus te kunnen vertalen naar het werken in de klas, zijn er concrete doelen geformuleerd bij 1F. Deze doelen zijn ge├»llustreerd met voorbeelden die aansluiten bij het rekenonderwijs in de basisschool, bij de leerlijnen en indelingen die gebruikt worden in methodes en bij de toetsen. Deze concretisering helpt bij de inrichting van het rekenonderwijs voor zwakkere rekenaars. Ze helpen bij het aanpassen van doelen en aanbod aan het niveau en de mogelijkheden van leerlingen. Daarnaast is het belangrijk dat leraren kunnen vaststellen of kinderen de referentieniveaus gehaald hebben of zullen halen.

Downloads: