05 Rekenmachine

REKENMACHINE
Kunnen uitvoeren van eenvoudige bewerkingen met hele getallen en kommagetallen op de rekenmachine met behulp van de meest elementaire operatietoetsen (+, -, x, :, =).

Kunnen interpreteren van 'de rest' bij een deling die op de rekenmachine is uitgevoerd.

Kritisch kunnen controleren van uit te voeren/uitgevoerde bewerkingen op de rekenmachine op leesfouten en intypfouten, eventueel via schatten.

Weten of reeks van bewerkingen wel of niet achter elkaar mag worden uitgevoerd op de rekenmachine; correct kunnen uitvoeren van deelhandelingen en samenvoegen van deeluitkomsten.