06 Breuken

BREUKEN
Begrip hebben van de verschillende betekenissen en notatievormen in breuken.

Uitspraak en schrijfwijze van breuken kennen, ook van bijzondere benamingen.

Stambreuken en elementaire breuken met elkaar kunnen vergelijken.

Complement kunnen bepalen.

Elementaire breuken kunnen plaatsen op een getallenlijn in betekenisvolle situaties.

Elementaire verdeling in breuken kunnen weergeven in en aflezen uit een tekening (zoals strook, cirkel, rechthoek).

Met veelvoorkomende breuken in betekenisvolle contexten kunnen rekenen en eventueel hierbij gelijknamig maken en de 'helen eruit halen' .

Deel van een hoeveelheid kunnen bepalen waar het gaat om elementaire breuken en eenvoudige ronde getallen (ook schattend/ongeveer rekenen).

Breuken kunnen omzetten in een decimaal breuk/kommagetal met behulp van de rekenmachine (en indien nodig afronden).

Elementaire breuken kunnen omzetten in kommagetallen en percentages (ook als feitenkennis); in het bijzonder omzetten van breuken met noemer 2, 4, 10, 100 naar kommagetallen en percentages en omgekeerd.