08 Verhoudingen
VERHOUDINGEN
Begrip hebben van verhoudingen in verschillende dagelijkse situaties.

De taal (uitspraak en schrijfwijze) kennen waarmee verhoudingen in dagelijkse situaties worden beschreven (zoals ... op de ... ; ... van de ... ; schaallijn; ... keer zo groot/veel/zwaar/lang; ... per ...; en in een breuk of percentage.

Eenvoudige verhoudingsproblemen (met mooie, passende  getallen) kunnen oplossen.

Kunnen werken met een vermenigvuldigtabel/verhoudingstabel.

Eenvoudige verhoudingen met elkaar kunnen vergelijken.

Kunnen werken met een schaallijn (afpassen en rekenen).

Relatie doorzien tussen verhoudingen en breuken en verhoudingen en procenten en kunnen toepassen in eenvoudige situaties met elementaire verhoudingen/ breuken/ percentages.