09 Geld
GELD
Weten welke eurobiljetten en euromunten er zijn en welke waarde ze hebben.

Uitspraak en notatiewijzen van geldbedragen kennen en kunnen interpreteren.

Veel voorkomende bedragen kunnen samenstellen met (zo min mogelijk) biljetten en munten, handelend en via afbeeldingen/beschrijvingen op papier. Van concrete, afgebeelde of in tabellen of met woorden aangegeven samenstellingen van biljetten en munten het totaal bepalen.

Aangeven met welke biljetten en munten terugbetaald kan worden in winkelsituaties.

Kunnen wisselen van eenvoudige bedragen in één biljet/muntsoort en wisselen van de ene biljet/muntsoort in een ander biljet/muntsoort.

Globaal schatten van het totaal van enkele bedragen.

Enig inzicht hebben in de orde van grootte van veel voorkomende prijzen in het dagelijks leven.