14 Gewicht
GEWICHT
Vaststellen (globaal en precies) van het gewicht van voorwerpen/mensen met behulp van het juiste weeginstrument (personenweegschaal, keukenweegschaal, winkelweegschaal), inclusief het interpreteren van de cijfers achter de komma.
Kunnen afwegen van een gewenste hoeveelheid.

Kunnen vergelijken en ordenen van voorwerpen naar gewicht door te schatten op basis van met de hand wegen, met een instrument wegen, aflezen van gegevens op de verpakking.

Kennen van de begrippen ton, kilogram, gram en milligram, kennen van de samenhang tussen deze maten in betekenisvolle situaties en hiermee veelvoorkomende herleidingen kunnen maken: van ton naar kilogram;  van kilogram naar gram (en in beperkte mate omgekeerd);  van gram naar milligram.

Kennen en notie hebben van enkele veelvoorkomende referentiematen bij gewicht en kunnen kiezen van de juiste maat in de gegeven context.