16 Meetkunde
PLATTEGRONDEN

Kunnen lezen en interpreteren van gegevens op plattegronden: interpreteren van legenda's; routes kunnen tekenen en beschrijven met begrippen als links, rechts, rechtdoor en met behulp van een rooster met coördinaten; afstanden berekenen met behulp van een eenvoudige schaallijn en afpassen; lokaliseren van plaatsen op een plattegrond (met behulp van een rooster of coördinaten); mentaal innemen van een standpunt op een plattegrond en daarbij ruimtelijk redeneren.

ORIËNTEREN EN LOKALISEREN
Standpunt kunnen bepalen bij een ruimtelijke tekening op basis van een tweedimensionale tekening of foto; mentaal innemen van een standpunt en ruimtelijk redeneren.

Inzicht hebben in de relatie tussen afstand en grootte: hoe verder weg je staat, hoe kleiner de objecten die je ziet zijn.

Kennen van de begrippen noord, oost, zuid, west en kunnen toepassen bij een plattegrond of in de ruimte.

VLAKKE EN RUIMTELIJKE FIGUREN
Kennen van meetkundige vlakke en ruimtelijke figuren: rechthoek, cirkel, ovaal, driehoek, vierkant, balk, bol, cilinder, piramide, kubus. Kennen van bijbehorende begrippen als rond, recht, vierkant, midden, horizontaal.

Uitslagen/bouwplaten van ruimtelijke figuren kunnen herkennen. Uitslagen van gegeven verpakkingen (balk, kubus, piramide) kunnen herkennen en construeren of controleren op juistheid.

Voor-, zij- en bovenaanzichten van ruimtelijke figuren/objecten herkennen en kunnen tekenen.