18 Wiskundig inzicht en handelen
WISKUNDIG INZICHT EN HANDELEN
Kennen, begrijpen en gebruiken van wiskundetaal. Dat wil zeggen begrippen die voorkomen in de reken-wiskunde wereld begrijpen en toepassen, zowel in spreektaal als in wiskundetaal (kerndoel 23).

Kunnen vertalen van een eenvoudige situatie naar een berekening en omgekeerd (kerndoel 24).

Eenvoudige, praktische en formele wiskundige problemen kunnen oplossen en hierbij een passende redenering geven (kerndoel 24).

Oplossingsmanieren bij rekenproblemen kunnen toelichten en ook oplossingen van anderen kunnen beoordelen (kerndoel 25).

Uit beschrijvingen in woorden eenvoudige patronen herkennen.