01 Getallen en getalrelaties

HELE GETALLEN

Kunnen koppelen van uitspraken en schrijfwijze van getallen.

De telrij tot 100.000 'kunnen opzeggen' op basis van de structuur in de telrij en de structuur van de getallen.

Kunnen doortellen en terugtellen vanaf willekeurige getallen onder ±10.000 met sprongen van 1, 10, 100, 1000.

Doortellen en terugtellen met mooie ronde getallen zoals 20, 50, 200, vanaf ronde getallen.

Kunnen vergelijken en ordenen van getallen onder ±10.000.

Getallen tot ±10.000 globaal en precies kunnen plaatsen op een getallenlijn. Het gaat bij globaal plaatsen alleen om heel voor de handliggende afrondingen.

Betekenis kunnen geven aan getallen door ze te relateren aan toepassingssituaties uit het dagelijks leven, waaronder ook begrip hebben van 'miljoen' en 'miljard'; kunnen denken in orde van grootte van getallen.

Kunnen afronden van getallen tot ±10.000, waarbij het doel (en evt context) bepaalt wat de nauwkeurigheid van die afronding is.

Weten hoe ons tientallig positiestelsel is opgebouwd en de betekenis en waarde van cijfers en hun plaats in getallen kennen en toepassen in contexten (samenstellen en splitsen in duizendtallen, honderdtallen, tientallen en eenheden).

Aanvullen tot (en splitsen van) ronde getallen op basis van het tientallig stelsel (100, 500, 1000, 10.000).

KOMMAGETALLEN

Koppelen van uitspraak en schrijfwijze van veelvoorkomende eenvoudige kommagetallen.

Elementaire kommagetallen kunnen plaatsen op een getallenlijn, zowel precies als globaal (kale getallenlijn of maatlijn).

Elementaire kommagetallen kunnen vergelijken en ordenen.

Kunnen afronden van eenvoudige kommagetallen binnen contexten die zich daartoe lenen.

Weten hoe ons decimale positiestelsel is opgebouwd met hele getallen en kommagetallen en de betekenis en waarde van cijfers en hun plaats in kommagetallen kennen.