Schoolbeleid
Het werken aan referentieniveau 1F  voor rekenaars met specifieke onderwijsbehoeften is niet een keuze die je als leerkracht alleen maakt. Het is een keuze voor de rest van de basisschooltijd van de betreffende leerlingen. Het is ongewenst, dat leerlingen in het ene jaar aan de doelen bij 1F werken en dan in een volgend leerjaar weer met het aanbod van de groep meedoen. Juist ook voor rekenzwakke leerlingen is een ononderbroken ontwikkeling van essentieel belang.

Beslissingen rondom werken aan referentieniveau 1F neem je gezamenlijk. Het aanpassen van inhouden en doelen van het reken-wiskundeonderwijs voor zwakke rekenaars is een zaak van de hele school, van afstemming binnen de bouw en binnen het hele team.
Dit betekent dat er ten aanzien van dit onderwerp een helder gezamenlijk schoolbeleid gemaakt en gevolgd moet worden.

Tips bij het maken van schoolbeleid

  • Zorg voor (tenminste) één gemotiveerde (en geschoolde en/of gecoachte) kartrekker, die voldoende krediet in het team heeft en de steun van de directie ervaart.
  • Sluit zoveel mogelijk aan bij al bestaande visie en procedures rond zorg en probeer die, indien nodig, zo te (her)formuleren dat ze voor alle leerlingen van toepassing zijn.
  • Blijf alert op beeldvorming (bij collega’s en ouders) rond zwakke leerlingen. Soms blijft de neiging bestaan de noodzaak tot aanpassing te bagatelliseren: ‘Hij kan het niet en zal het ook nooit leren.’ 
  • Richt je tijdens de implementatie op collectief leren: het gezamenlijke ontwikkelen van inhoudelijke deskundigheid.
  • Denk niet dat alles volgende week of op zijn minst dit schooljaar perfect moet lopen. Organiseer liever successen, door het proces goed te faseren. Beter steeds een kleine stap goed, dan veel stappen tegelijk die tot te weinig resultaat (en veel frustratie) leiden.
  • Wat voor alle leerlingen die bijzondere aandacht verdienen geldt, is ook voor rekenaars met aangepaste doelen zeker van toepassing: wees duidelijk naar ouders over wat u wel en niet kunt bieden. Openheid over wat haalbaar is, wat dat betekent voor hun kind en wat er de komende tijd nog gaat veranderen, helpt om ongewenste ruis te voorkomen. Het is heel belangrijk dat ouders vertrouwen hebben in de school en dat ook laten merken aan hun kind. Kinderen moeten zich niet druk hoeven maken over hun solidariteit met zowel hun leerkracht als hun ouders.
  • Versterk elkaar in het team met succesjes en good-practice-verhalen. Gebruik intervisie als werkvorm om knelpunten met elkaar te bespreken, zodat het leidt tot constructieve bijdragen aan verbetering, in plaats van klagen en vermijdingsgedrag.
  • Leg de werkwijze omtrent werken aan doelen bij 1F vast in een protocol. In het protocol staat de werkwijze van de school beschreven. Door de werkwijze expliciet op papier te zetten krijgen leerkrachten en ouders inzicht in de procedure. Daarnaast maakt een protocol het mogelijk om werkwijzen af te stemmen , regelmatig te evalueren en bij te stellen. Op die manier zorgt de school voor een eenduidige doorgaande lijn en kwaliteitsbewaking van deze lijn.