Curriculair spinnenweb
Bij systematisch ontwikkelen van kwalitatief inhoudelijk beleid op het gebied van werken aan referentieniveau 1F kan het curriculair spinnenweb een bruikbaar hulpmiddel zijn. Curriculum in het onderwijs betekent eigenlijk het ‘leerpad’. In een curriculum kunnen 10 samenhangende componenten onderscheiden worden met elke een eigen hoofdvraag:
  1. Basisvisie: waarom/waartoe leren leerlingen?
  2. Doelen: wat zijn hun leerdoelen?
  3. Inhoud: wat leren ze?
  4. Leeractiviteiten: hoe leren ze?
  5. Rol van de leraar: hoe faciliteert de leraar hun leren?
  6. Leerbronnen: waarmee leren ze?
  7. Groeperingsvormen: met wie leren ze?
  8. Plaats: waar leren ze?
  9. Tijd: wanneer leren ze?
  10. Toetsing en evaluatie: hoe worden hun leervorderingen gevolgd?
Deze componenten zijn samenhangend. Van den Akker symboliseert deze verbindingen in een curriculair spinnenweb.