Drie oriëntaties op zorg
  1. Oriëntatie Hulpverlening
    In deze visie op zorg staat de lesstof centraal in een leerstofjaarklassensysteem. De doelen worden geformuleerd voor de groep en zijn uitgewerkt in de methode. De leerkracht geeft hieruit klassikale instructie en daarnaast individuele hulp. De hulp voor zwakke rekenaars richt zich op het opheffen van het ‘tekort’ van de leerling. De extra hulp wordt meestal buiten de klas gegeven door een specialist, bijvoorbeeld een RT-er. De hulp is curatief: de leerkracht signaleert een achterstand en verwijst naar de RT. De IB-er in een school met deze oriëntatie op zorg is met name gericht op individuele leerlingen.
  2. Oriëntatie Alarmering
    In deze oriëntatie werkt men gedifferentieerd binnen het leerstofjaarklassensysteem. Er zijn doelen voor de groep en de norm is om deze voor alle leerlingen haalbaar te maken. De leerkracht geeft gelaagde instructie: na de klassikale instructie volgt een verlengde instructie voor de zwakkere rekenaars. De hulp is zowel curatief als preventief: in handelingsplannen wordt naast het streven om het ‘tekort’ bij de leerling op te heffen ook de leeromgeving van de leerling aangepast. De extra hulp vindt voor een deel binnen de groep plaats door de leerkracht en soms door de RT-er en voor een deel buiten de groep door de specialist.
    De IB-er in een school met deze oriëntatie op zorg is met name gericht op de groep.
  3. Oriëntatie Afstemming
    De individuele ontwikkeling van een leerling staat centraal: de leerkracht probeert met haar onderwijsaanbod zoveel mogelijk aan te sluiten bij de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Er is geen vaste norm, de doelen worden per leerling vastgesteld. Wel worden de ‘gemiddelde streefdoelen als ijkpunt gebruikt. De leerkracht is verantwoordelijk voor de zorg in de klas. Er wordt veel gewerkt met groepsplannen. De belangrijkste taak van de leerkracht is het zo optimaal mogelijk  begeleiden van de ontwikkeling van leerlingen. De klassenorganisatie is flexibel: de groepsgrootte bij instructie varieert en ook de activiteiten van leerlingen variëren.
    De IB-er richt zich op de (begeleidingsbehoefte van) de leerkracht: wat heeft deze leerkracht nodig om tegemoet te kunnen komen aan de onderwijsbehoeften van de leerlingen?