Doelgroep

Welke leerlingen

Als we in de bovenbouw spreken over leerlingen die grote moeite hebben met leren rekenen dan gaat het meestal om leerlingen die in de bovenbouw zijn gekomen met een aantal opeenvolgende lage LOVS RW en methodegebonden toetsresultaten in de voorgaande jaren en hiaten in hun voorkennis. Het getalbegrip is nog weinig flexibel. Ze missen geautomatiseerde kennis rond bijvoorbeeld (deel)tafels. Zij hebben weinig inzicht in de samenhang tussen getallen en bewerkingen. Bij het uitrekenen gebruiken ze vaak een tellende aanpak of strategieën met veel tussenstapjes. Het gevolg is dat ze lang bezig zijn, de draad kwijt raken, veel fouten maken en zich onzeker voelen. Nieuwe stof bouwt bij deze leerlingen voort op hiaten. De rekenvaardigheid sluit niet meer aan bij het aanbod voor de grote groep. Het leerrendement is met dit onderwijsaanbod te gering. Deze groep leerlingen heeft specifieke onderwijsbehoeften. De ontwikkeling van de rekenvaardigheid verloopt moeizaam  in vergelijking tot groepsgenoten.

Signaleren

Op basis van  systematisch verzamelde  gegevens van leerlingen kan de leerkracht met de andere betrokkenen (IB-er, ouders en onderwijsadviseur) signaleren welke leerlingen specifieke onderwijsbehoeften hebben. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van onderstaande gegegevens:

  • LOVS-toetsen Rekenen-wiskunde van de CITO-groep: de leerlingen die op meerdere achtereenvolgende toetsen een E-score of lage D-score halen, dan wel structureel een score halen die valt binnen de laagste 20% niveaugroep.
  • Methodegebonden toetsen: de leerlingen die de methodegebonden toetsen structureel onvoldoende maken.
  • Observatie tijdens de rekenlessen: de leerlingen die er blijk van geven dat de stof voor hen (veel) te moeilijk is.
  • Remediëring: de leerlingen die onvoldoende baat hebben bij remediëringsactiviteiten uit de methode. Het zijn leerlingen die:
    • na een gerichte periode van remediëren de leerstof nog steeds onvoldoende beheersen
    • na herhaaldelijke verlengde instructies nog steeds niet in staat zijn om opgaven zelfstandig te kunnen maken.
  • Leerlingenbespreking: de leerlingen waarvan in de leerlingenbespreking (met de intern begeleider en/of schoolbegeleider) blijkt dat de onderwijsbehoeften ver af staan van de onderwijsbehoeften van de groep.
  • Beleving van de rekenles: de leerlingen die onvoldoende plezier beleven aan de rekenlessen, opzien tegen de rekenles en zich onzeker voelen over eigen prestaties.
  • Oudergesprek en gesprek met de leerling: informatie over hoe zij de situatie ervaren, naar welke aanpak hun voorkeur uitgaat en of werken aan 1F als oplossingsmogelijkheid ondersteund wordt.