Begrijpen

Instapniveau bepalen

Om goed de onderwijsbehoefte en het onderwijsaanbod voor de betreffende leerlingen vast te stellen moet het instapniveau worden bepaald. Hiertoe zijn verschillende mogelijkheden:

  1. Globale insteek kiezen
    Met behulp van de LOVS-toetsen Rekenen-wiskunde van de CITO-groep kan de DLE (didactische leeftijdsequivalent) van een leerling berekenend worden. Dit omrekenen naar een DLE levert snel een globaal instapniveau op. Daarnaast kan de leerkracht met behulp van de IB-er op basis van ervaringen bepalen waar in de leerlijn de leerling ongeveer zit. Tijdens het werken in de aangepaste leerlijn wordt vastgesteld wat wel lukt en wat nog moeilijk is. Tijdens het diagnostisch onderwijzen wordt het juiste instapniveau specifieker bepaald. Zie voor bepalen van het instapniveau onderstaande downloads.
  2. Toetsuitslagen analyseren
    Op basis van recente uitslagen op methodegebonden toetsen en LOVS Cito-toetsen bepaalt de leerkracht in samenspraak met de IB-er welke doelen beheerst worden en waaraan nog gewerkt moet worden. Per domein kijken ze waar de leerling problemen ervaart. Dit vraagt een goed inzicht in de leerlijnen en inhouden per domein. Dan kan nauwkeurig aangesloten worden op het niveau van de leerling. In de methode kan de instructie gestart worden op het punt dat de niet beheerste doelen voor het eerst aangeboden worden.
    Tip: In de methode kan de instructie gestart worden op het punt dat de niet beheerste doelen voor het eerst aangeboden worden. In de eerste les(sen) gebruikt de methode vaak contexten, materialen en modellen als ondersteuning van het inzicht in de bewerking. Dit heeft meer zin dan alleen instructie bij de ‘kale sommen’.
  3. Terugtoetsen
    Om voor een specifieke leerlijn (binnen een domein) zicht te krijgen op welke tussendoelen al behaald zijn door de leerling kan worden terug getoetst met behulp van toetsopgaven passend in die leerlijn. Met name de nabespreking en de toelichting van de leerling bij de opgaven  zijn informatief om onderwijsbehoefte en –aanbod te bepalen.

Een voorbeeld van een hulpmiddel hierbij met een overzicht van de reken(tussen)doelen in groep 6 uit Pluspunt is het klimopblad.

Diagnostisch onderwijzen

Achterhaal met behulp van diagnostisch onderwijzen het denkproces van de leerling. Door bijvoorbeeld in gesprek met de leerling uit te zoeken hoe de leerling tot een antwoord is gekomen. Doe dat ook steeds als het antwoord goed was. Vervolgens kunnen die vragen gesteld worden, of die uitleg en oefeningen gegeven worden waaraan de leerling op dat moment behoefte heeft. Gebruik bij het werken aan de doelen behoren bij 1F zoveel mogelijk de principes van het diagnostisch onderwijzen. Gebruik daarbij de instructies en opgaven uit de handleiding als uitgangspunt. Niet het foutloos maken van opgaven is het doel, maar het krijgen van inzicht in rekenhandelingen en uiteindelijk het beheersen van de doelen bij referentieniveau 1F.

Wanneer de specifieke onderwijsbehoeften van een leerling in kaart gebracht zijn volgt een concreet plan van aanpak. Dit plan kan ondertekend worden zodat alle betrokkenen goed geïnformeerd zijn. De onderwijsinspectie vraagt van scholen om de keuze om te gaan werken met leerlingen aan specifieke leerlijnen goed te onderbouwen. Zij vragen een onafhankelijk advies van een expert om de beslissing verantwoord te kunnen nemen.
Kijk voor de eisen die de onderwijsinspectie stelt op onderstaande link.