Plannen

Organisatie

Wanneer de ‘zorgleerlingen’ werken aan hun eigen inhouden en doelen, doen zij maar beperkt mee aan de groepsinstructie. Dit vraagt een klassenorganisatie waar leerlingen zelfstandig kunnen werken en waar de leerkracht op vastgestelde tijden zijn handen vrij heeft om instructie te geven aan de rekenaars met specifieke onderwijsbehoeften.
Er zijn vele mogelijkheden om het werken met deze leerlingen te organiseren. Zie onderstaande download.

Instructie

De leerlingen die aan het referentieniveau 1F  werken hebben net als de andere leerlingen behoefte aan structurele instructie. Met instructie wordt niet bedoeld het aan het werk zetten van een leerling, maar daadwerkelijke instructie zoals beschreven in de methodehandleiding. Doel van zo’n instructie is dat de leerlingen begrijpen waar het over gaat en wat daaraan te leren is. Ook hoort bij de instructie dat de leerlingen te weten komen hoe zij daarmee kunnen oefenen en eventueel wat de risico’s zijn als ze anders zouden doen. Het is na te streven om de leerlingen die werken aan de doelen bij 1F  drie keer per week een instructie en/of een voortgangsbespreking te geven. Plan dat in binnen het weekrooster of in het groepsplan.

Werken met (tussen)doelen

De leerlingen hebben behoefte aan een duidelijk en haalbaar doel waaraan ze kunnen werken. Neem op een vast moment met de leerlingen de doelen door. Plan ook een moment om de voortgang te bespreken. Leerlingen moeten het verband gaan zien tussen de instructie en wat zij oefenen. Tussen wat zij al kunnen en wat ze nu gaan leren.

Tip: Laat de leerling zelf (mee) bepalen aan welke doelen hij/zij de komende periode gaat werken. Hoe actiever de leerling betrokken wordt en hoe meer hij of zij eigenaar gemaakt is van het eigen leerproces hoe groter de kans op succes.
Om eigenaar van het leerproces te zijn moet de leerling goed weten wat het doel is dat nagestreefd wordt en wat de opbrengst van het oefenen is: wat helpt het als ik dat straks weet of kan? Hoe beter de leerling weet waar naar toegewerkt wordt, hoe hoger de zelfsturing.