Waarnemen
Op basis van systematisch verzamelde gegevens van leerlingen kan de leerkracht met de andere betrokkenen (IB-er, ouders en onderwijsadviseur) signaleren welke leerlingen specifieke onderwijsbehoeften hebben. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van onderstaande gegegevens:

  • LOVS-toetsen Rekenen-wiskunde van de CITO-groep: de leerlingen die op meerdere achtereenvolgende toetsen een E-score of lage D-score halen, dan wel structureel een score halen die valt binnen de laagste 20% niveaugroep.
  • Methodegebonden toetsen: de leerlingen die de methodegebonden toetsen structureel onvoldoende maken.
  • Observatie tijdens de rekenlessen: de leerlingen die er blijk van geven dat de stof voor hen (veel) te moeilijk is.
  • Remediëring: de leerlingen die onvoldoende baat hebben bij remediëringsactiviteiten uit de methode. Het zijn leerlingen die:
    • na een gerichte periode van remediëren de leerstof nog steeds onvoldoende beheersen
    • na herhaaldelijke verlengde instructies nog steeds niet in staat zijn om opgaven zelfstandig te kunnen maken.
  • Leerlingenbespreking: de leerlingen waarvan in de leerlingenbespreking (met de intern begeleider en/of schoolbegeleider) blijkt dat de onderwijsbehoeften ver af staan van de onderwijsbehoeften van de groep.
  • Beleving van de rekenles: de leerlingen die onvoldoende plezier beleven aan de rekenlessen, opzien tegen de rekenles en zich onzeker voelen over eigen prestaties.
  • Oudergesprek en gesprek met de leerling: de leerling geeft ook buiten de rekenles aan dat zij de rekenstof en/of de rekenles als moeilijk of onprettig ervaart. De ouders kunnen school informeren over hoe zij de situatie ervaren, naar welke aanpak hun voorkeur uitgaat en of zij werken aan 1F als oplossingsmogelijkheid ondersteunen.

Voor meer informatie zie onderstaande downloads.