Begeleiding van de groepsleerkracht uit een lagere groep

De zorgleerlingen volgen de (groeps)instructie in een lagere groep.

Voordelen:

  • Om effectief te kunnen leren is het nodig eigen ideeën, oplossingen en aanpakken te verwoorden en te toetsen aan die van anderen. Er is interactie mogelijk tijdens instructie en verwerking.
  • De groepsleerkracht van de zorgleerling wordt ontlast van (een deel van) de inhoudelijke instructie aan deze leerlingen.
  • De voorbereidingstijd is gering omdat het onderwijsaanbod van de andere groep parallel loopt aan dat van de zorgleerling(en) uit de hogere groep.

Nadelen:

  • Als de leerling de enige leerling is binnen de groep die werkt aan de doelen bij 1F dan kan het in de groep een uitzonderingspositie krijgen. Een zwakke rekenaar die zich alleen kan afmeten aan leeftijdgenoten kan een vertekend beeld krijgen van de eigen competenties. Dat kan leiden tot faalangstig of juist nonchalant (leer)gedrag. Of een leerling zich een uitzondering voelt zou niet zozeer af moeten hangen van een organisatievorm, maar van de mate waarin de leraar de leerling als uitzondering behandelt, dus meer van het pedagogisch klimaat en de kwaliteit van de interactie. In een school waar niet alle kinderen steeds hetzelfde hoeven te doen is een leerling niet zo snel een uitzondering. Ook de doelen waaraan een kind werkt en de manier waarop resultaten worden beoordeelt bepalen het effect op de leerling. Ga je uit van het tekort, of van demogelijkheden en pas je daarop de doelen aan, zodat er toch resultaten te behalen zijn?
  • De organisatie blijft niet beperkt tot de eigen groep. Rekentijden moeten op elkaar worden aangepast.
  • De groepsleerkracht staat verder af van de begeleiding aan deze leerling(en). Er is goede overdracht nodig.
  • De groepsleerkracht vergroot haar handelingsbekwaamheid niet.