Leerkracht
De leerkracht is de belangrijkste schakel in de vertaling van de onderwijsbehoefte naar het onderwijsaanbod. De leerkracht is eigenaar van het onderwijsproces en daarmee eerstverantwoordelijke.

Om het onderwijsproces van de leerlingen die werken aan de doelen bij 1F zo goed mogelijk te ondersteunen, heeft de leerkracht voldoende inzicht nodig in de leerlijnen rekenen-wiskunde en de didactiek van de methode.

De leerkracht moet weten …

  • wat van een leerling verwacht mag worden .
  • wat het huidige niveau is van de leerling.
  • wat de essentiële of cruciale leermomenten zijn in de methode.
  • welke materialen of modellen hij/zij de leerling het beste kan ondersteunen.
  • hoe je omgaat met verschillende oplossingsstrategieën, zoals het stimuleren om te komen tot een verkorting.

Bij alle methoden is een, al dan niet uitgebreide, beschrijving van leerlijnen opgenomen.

Naast de rekeninhoud zal de leerkracht het werken met verschillende niveaus in de klas moeten organiseren. Voor alle leerlingen blijft de instructie een essentieel in te plannen onderdeel van het rekenonderwijs. Om het realiseren van instructies op verschillende niveaus haalbaar te maken, is het groeperen van leerlingen met vergelijkbare onderwijsbehoeften aan te raden of zelfs noodzakelijk. Het verdelen van de leerlingen in de bekende ABC- of zon-maan-ster-groepen (met een groep compacters en een groep met een verlengde instructie) is vaak niet meer toereikend. De leerlingen hebben een instructie op een eigen niveau nodig. Naast de vraag ‘wat ga ik met deze leerling doen tijdens de instructie’ speelt ook de vraag ‘wanneer ga ik die instructie geven?’. Het inplannen van deze instructies in de rekentijd is essentieel  om de instructiemomenten te kunnen waarborgen. Vanzelfsprekend kan de leerkracht hierbij begeleiding krijgen van collega’s en specialisten van binnen buiten de school.

De leerkracht is ook een spil in de afstemming met anderen die bij het traject betrokken zijn zoals de IB-er en een eventuele RT-er. Vaak zal de leerkracht het initiatief nemen tot overleg, samenwerken en afstemming.