Leerling
De leerling zelf is de belangrijkste informant over het helder krijgen van zijn of haar onderwijsbehoeften. Hij of zij kan in gesprekken zinvolle informatie geven over bijvoorbeeld de eigen taakaanpak, behoefte aan instructie, beleving van het rekenen en andere aandachtspunten die ondersteunend kunnen werken.
De leerling is vanzelfsprekend van cruciaal belang voor het succes van het werken aan  1F. Hoe actiever de leerling betrokken wordt en hoe meer hij of zij eigenaar gemaakt is van het eigen leerproces, hoe groter de kans op succes. Om eigenaar van het leerproces te zijn moet de leerling goed weten wat het doel is dat nagestreefd wordt en wat de opbrengst van het oefenen is: wat helpt het als ik dat straks weet of kan? Hoe beter de leerling weet waarnaar toegewerkt wordt, hoe hoger de zelfsturing. De leerling oefent, gericht op één doel tegelijk en in een vorm die bij dat oefendoel en de essentie van het onderwerp past. Als de leerling merkt dat het oefenen wat heeft opgeleverd, mag hij/zij dat laten zien/horen. De leerling levert zelf het bewijs dat het doel is bereikt. Dat kan door een toets te maken, maar ook door middel van een gesprekje of door de leerling zelf een toets samen te laten stellen (met ‘zulke sommen’). Aansluitend, maar ook tussendoor, leert de leerling zelf terug en vooruit te kijken naar (te reflecteren op) het eigen leerproces: pakte ik het goed aan? Merkte ik resultaat? Waardoor kwam dat? Hoe ga ik het de volgende keer aanpakken?